‘Eenieder heeft het recht op toegang tot de rechter’, is kort gezegd de strekking van één van onze grondrechten. Dit recht is neergelegd in art. 6 EVRM en in het kader van de Europese Unie in art. 47 lid 2 EU-Handvest voor de Grondrechten. In de Nederlandse wetgeving is dit recht terug te vinden in de artikelen17 en 18 lid 1 van de Grondwet.

Om er voor te zorgen dat ‘eenieder’ daadwerkelijk toegang tot de rechter heeft is het onder meer van belang dat de kosten van een gerechtelijke procedure niet zo hoog zijn dat mensen het niet kunnen financieren. In de grondwet is daarom bepaald dat ‘de wet regels stelt omtrent het verlenen aan rechtsbijstand aan minder draagkrachtigen’, oftewel gesubsidieerde rechtsbijstand, ook wel toevoeging of pro Deo genoemd. Dit is gedaan in de Wet op de Rechtsbijstand. De Staat neemt dan een deel van de kosten voor rechtsbijstand op zich, de rechtshulpbehoevende is zelf dan nog een eigen bijdrage verschuldigd.

In beginsel geldt dit recht slechts voor ‘eenieder’ als zij natuurlijke personen zijn, dat wil zeggen individuele burgers. Dit blijkt onder meer uit het feit dat dit recht is neergelegd in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Het Europese Hof van Justitie heeft op 22 december jongstleden in de zaak DEB v. Duitsland geoordeeld dat ook rechtspersonen (bedrijven) onder bepaalde omstandigheden aanspraak kunnen maken op gesubsidieerde rechtsbijstand. Het Hof oordeelde dat ‘eenieder’ zich ook uitstrekt tot rechtspersonen, mits zij tegen onoverkomelijke obstakels aan lopen, die het de rechtspersoon onmogelijk maken om de zaak voor de rechter te brengen.

Naar Nederlands recht kon een rechtspersoon onder bepaalde voorwaarden al aanspraak maken op gesubsidieerde rechtsbijstand. Andere lidstaten van de EU zullen naar aanleiding van deze uitspraak van het Hof waarschijnlijk snel volgen, voor zover zij een dergelijke regeling nog niet in hun nationale wetgeving hadden opgenomen. De uitspraak van het Hof is dus niet baanbrekend voor Nederland, maar wel voor een aantal ons omringende lidstaten van de EU, waaronder Duitsland.

– EHvJ 22 december 2010, nr. C-279/09, DEB v. Duitsland

– Minbuza.nl

– Recht.nl