De voorgenomen verhoging van griffierechten zal negatieve effecten hebben op de samenleving en de economie. Dat stelt de Raad voor de rechtspraak in een advies aan de Minister van Veiligheid en Justitie over het wetsvoorstel Kostendekkende griffierechten.

Invoering van de kostendekkende griffierechten maakt de gang naar de rechter vooral voor burgers, maar ook voor bedrijven, een stuk moeilijker. De gedachte dat rechtspraak een (particuliere) nutsvoorziening is waarvan de kosten ten laste van de gebruiker dienen te komen, miskent de belangrijke rol die goede rechtspraak voor de gehele samenleving vervult.

In Nederland wordt weinig geprocedeerd. Een zeer gering percentage juridische conflicten komt uiteindelijk bij de rechter terecht. Het verder terugdringen van het beroep op de rechter is onwenselijk. Als mensen er door de hoge kosten van afzien om een rechtszaak te starten, ontstaan andere mechanismen om conflicten op te lossen. De kans bestaat dat mensen hun verplichtingen gaan ontduiken. Zij worden op de naleving ervan toch niet aangesproken. De hogere tarieven maken het ook moeilijker om via de bestuursrechter het handelen van de overheid te controleren.

Economisch belang

Een toegankelijke rechtspraak draagt bij aan een gunstig investeringsklimaat en heeft per saldo een positief effect op de economie. Terugdringing van de rol van de rechtspraak in de samenleving kan een negatief effect op de economie hebben. De economie kan slechts draaien als de naleving van contracten uiteindelijk via de rechter kan worden afgedwongen.

Verstek

Beperking van de toegang voor burgers tot het recht kan er in de hogere tariefzones toe leiden dat vermogende partijen procedures starten terwijl zij weten of kunnen vermoeden dat de gedaagde partij het griffierecht niet kan betalen. Dit kan voor de gedaagde partij reden zijn geheel af te zien van het verweer en verstek te laten gaan. In dit geval kan de civiele rechter niet anders dan de gedaagde in het ongelijk stellen. Hij heeft niet de bevoegdheid om de zaak inhoudelijk te behandelen als de gedaagde verstek laat gaan. Dit is een ongewenste situatie.

In het wetsvoorstel worden volgens de Raad de grenzen van het aanvaardbare opgezocht waar het gaat om de toegang tot de rechter. Met name om die reden wordt geadviseerd het wetsvoorstel niet in deze vorm in te voeren.

Bron: rechtspraak.nl